Het cement van broederschap

Het gebruik van de aanspreektermen ‘broeder’ en ‘zuster’ in de loge wijst erop dat vrijmetselaren zich verwanten voelen, symbolisch dus kinderen met eenzelfde herkomst, geen bloedverwanten maar geestverwanten, soms zelfs zielsverwanten. Die onderlinge verwantschap, over grenzen van herkomst heen, is een wezenskenmerk van de vrijmetselarij, misschien wel het meest wezenlijke kenmerk.

Broer en zus zijn biologische kinderen van één ouderpaar. Al is die biosfeer met kunstmatige inseminatie, adoptie en draagmoederschap sterk uitgebreid, broeder- en zusterschap duidt nog steeds een meer dan vluchtig verband aan, en dat geldt ook bij metaforisch gebruik. Voor een taalminnaar gaat ‘broederliefde’ toch echt alleen over mannen; ik zou onze zusters graag insluiten.

Ik broedde al een tijd op een goed alternatief voor het generieke woord ‘broederschap’ dat niet echt inclusief klinkt voor symbolische zusters. De Britten hebben hun ‘siblings’, de Duitsers ‘Geschwister’. De Fransen zijn super origineel voor de dag gekomen met ‘adelphité’, maar ik vrees dat Nederlandse vrijmetselaren hun tong gaan breken over ‘adelfiteit’. En het Nederlandse woord ‘sibbelingen’ voor kinderen (m/v) van dezelfde ouders roept teveel associaties met ‘Blut und Boden’ op.

Vrouwelijke vrijmetselaren leden van een broederschap noemen lijkt mij net zo bizar als de vrouwelijke voorzitter van een Le Droit Humain-loge aanspreken met ‘achtbare meester’. Zowel de taal als de vrijmetselarij is me te dierbaar om een vrouwelijke vrijmetselaar aan te spreken als ‘waarde broeder’.

Al vaker werd geprobeerd een Nederlands verzamelwoord te vinden voor kinderen van dezelfde ouders. Wij moeten ons nog steeds behelpen met ‘broers en zussen’, en in maçonnieke zin met ‘broeders en zusters’. Een paar jaar geleden deed een Nederlandse liberale kwaliteitskrant een oproep aan de lezers een woord te vinden dat broer én zus omvat, en daar kwam toen de term ‘brus’ uit; die heeft het begrijpelijkerwijs niet gehaald. Voor de broeder en de zuster in de loge lijkt ‘bruster’ me ook op weinig begrip te kunnen rekenen.

Als de loges de toekomst willen halen, zullen ze trouw moeten blijven aan één van de vormende ideeën van de vrijmetselarij: we doen het samen. Loges zijn het levende bewijs dat mensen op zoek naar levensvervulling, zingeving en waar(achtig)heid niet opgesloten hoeven te blijven in hun eigen ‘bubbel’ van sociale klasse, godsdienst of politieke partij; of van sekse, hoe diffuus dat begrip ook is geworden in een tijd van LHBT, of voor wie het nóg breder wil zien: LHBTIQAPC*.

Verwantschap is een richtinggevend principe in de loge: er is méér dan broederschap, méér dan ons kent ons, meer dan gedeelde identiteit, meer dan gezamenlijke hobby’s, meer dan gemakzuchtige gemeenschappelijkheid van familie, stam, regio of geconstrueerde identiteit.

Geest- of zelfs zielsverwantschap kan aangeboren, aangeleerde of opgelegde grenzen doorbreken. Samenwerking kan tot maatschap leiden, en daarmee tot maatschappelijke relevantie. De maçonnieke aansporing om te verbinden wat verdeeld was, kan verwantschap verruimen; loges zijn er altijd voorbeelden van geweest, al steekt ook in de vrijmetselarij af en toe identitaire kleingeestigheid de kop op. Het bewustzijn van onze hechte verwantschap met de geschiedenis kan ons helpen onze houding tegenover actuele maatschappelijke ontwikkelingen te bepalen.

Exuberante aanspreektitels tieren welig in de maçonnieke geschiedenis. Onlangs kwam ik nog de formule tegen waarmee het hoofd van een vrouwelijke orde benaderd wordt: ‘Royal Grand Perfect Matron’. Persoonlijk blijf ik weigeren Ingrid, Gerdien, Liesbeth of andere zusters die bekwaam een loge leiden of geleid hebben, aan te spreken als ‘achtbare meester’; ik blijf dan kiezen voor ‘meesterlijke achtbare’ – hé, dat zou ook voor een mannelijke voorzitter gebruikt kunnen worden…

Willem Verstraaten

*Dankzij een stuk van taalkundige Ewoud Sanders in een recent nummer van De Gids over ‘geslachtelijk onbehagen’ weet ik dat de afkorting staat voor Homoseksueel, Biseksueel, Transgender, Intersekseconditie, Queer, Aseksueel, Panseksueel en Cisgender.

3 Comments Voeg uw reactie toe

  1. Liesbeth van Eijsden schreef:

    Meesterlijk!!!!

  2. Harold Beem schreef:

    Verrassend en bevrijdend om je als mannen loge je zo vrouwelijk te presenteren

  3. Roy schreef:

    De tweede gemengde orde in Amerika, spreekt iedereen aan met “brother”, terwijl ze ooit begonnen met “brothers” en “sisters”. In Nederland hebben we gewoon “broeders” en “zusters”, maar we gebruiken wel de ‘normale’ benamingen van functies. Anders had je een “Achtbare Meesteres” en een “Zuster Tweede Opzieneres”. “Broederschap” is ook gewoon een woord dat volgens mij prima bruikbaar is voor alle leden. Je gaat het toch ook niet hebben over “het beroep van leraren en leraressen”? Daar komt nog bij dat er zich dan nog altijd mensen niet vertegenwoordigd voelen door de term. Het lijkt mij praktisch om gewoon de bekende verzamelwoorden en functienamen te gebruiken.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.