Rituele piekervaring

Als alwéér een zomer zich aandient, ontstaat er ruimte om weg te dromen en maar te zien waar je associaties je brengen. Zo verdwaalde ik bij toeval in oude teksten waarvan sommige als bij toverslag nog volop van toepassing bleken te zijn. Zoals deze: “Wie aandacht vraagt voor de kloof die gaapt tussen het menselijk woord en de werkelijkheid die het menselijk uitdrukkingsvermogen te buiten gaat, heeft in de vrijmetselarij evenveel recht van spreken als degene die denkt symbolen en rituelen tot op het bot van hun betekenis doorgrond te hebben.”

Dat stukje van vijftien jaren geleden ging, hier wat bekort, zó verder: “Als je vaststelt dat termen als ‘God’ en ‘Opperbouwheer’ niet vanzelfsprekend naar een objectieve realiteit verwijzen, hoeft je nog niet te vervallen in ‘zinloos gebrabbel’. Ze kunnen dienen als vingerwijzing naar het onzegbare, zoals ook in grote literatuur met woorden het geheim van het leven opgeroepen kan worden, zonder dat het exact beschreven wordt.

“De taal van de wetenschap is een andere dan die van het wonder. De zelfverklaarde hoeders van de kennis van de hogere esoterie lijken vaak te vergeten dat die kennis pas enige zin krijgt als hij meegedeeld kan worden. En daar is niet alleen de overtuiging voor nodig dat je iets waardevols te vertellen hebt, maar ook het vermogen dat beeldend en overtuigend onder woorden te brengen. Beschikken ze daar niet over, dan doen ze denken aan die goeroe uit een strip van Johnny Hart die op een bergtop gezelschap kreeg van een eenvoudige zoeker die hem de vraag stelde: ‘O wijze goeroe, denkt u dat wij de enige denkende wezens zijn in het universum?’ en als antwoord gaf: ‘Hoezo wij, stommeling!’

“Een grote mysticus als Jan van Ruusbroec trok zich weliswaar terug uit de hectiek van het veertiende-eeuwse Brussel om in het Zoniënwoud nader tot God te komen, hij ontving daar in zijn eenvoudige klooster Groenendaal wel degelijk leergierige zoekers en legde hen zijn inzichten uit. Dat heeft geleid tot mystieke teksten van grote literaire schoonheid. Zoals deze, uit ‘Vanden blinckenden steen’:

“Want die hemelsche vader wilt dat wij siende sijn, want hi es een vader des lichts. Ende hier omme spreect hi eewelijcke, sonder middel ende sonder onderlaet, in die verborgenheit ons gheests een eenich grondeloes woort ende niet meer. Ende in desen worde spreect hi hem selve ende alle dinc. Ende dit woort en ludet anders niet dan: ‘Siet’.”

Wie niet voelt dat hier een religieuze piekervaring beschreven wordt, kan niet lezen. Zo’n piekervaring dient zich als het goed is ook in 2019 in de loge soms aan, als het ritueel vleugels krijgt die het verheffen boven de plichtsgetrouwe volgzaamheid aan de regels van de bewakers van de ‘ware’ traditie.

Die tot onwrikbaar monument gebombardeerde ‘rechte methode’ is ooit ook bedacht door creatieve geesten met een blik op een bovenmenselijke werkelijkheid, en die maçonnieke voorgangers verdienen beter dan een terechtstelling van hun hemelbestormende schepping op het altaar der vermeende waarheid.

Willem Verstraaten

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.