Vrijmoedige omgang met God

Nóg hoor ik een van mijn grootvaders ‘Godvernondeju!’ roepen als zijn uitbundigheid een uitweg zocht. Wat wás ik als jongen van tien onder de indruk van zulk explosief taalgebruik. Die krachtterm ontsnapt me nog wel eens als een diep welbehagen zich van mij meester maakt. Met een gerust hart gebruik ik Gods naam ijdellijk, want die naam is slechts een symbool voor een begrip dat voor eeuwig voor ons verborgen moet blijven – de mysticus en de meester getuigen daarvan.

Het geloof in God stamt uit dezelfde bron als het geloof in Darth Vader, Sauron is een kompaan van Lucifer. Om het in Angelsaksische en Scandinavische landen nog gangbare misverstand weg te nemen dat de Opperbouwmeester des Heelals een synoniem is voor God, zouden we Hem in de loge beter kunnen omdopen in Bouwmeester van het Universum; daarmee zouden vrijdenkers, agnosten, atheïsten, natuur- en letterkundigen zich misschien wat meer op hun gemak gaan voelen in de loges, in plaats van min of meer gedoogde maçonnieke buitenbeentjes.

Vrijmetselaren zijn symbolische bouwers; net als de kathedralenbouwers trachten zij naar de hemel te reiken en – wie weet – daar God te ontmoeten, al is het maar in zijn symbolische gedaante. De dichter H.C. ten Berge vat die handreiking naar de hemel in een gedicht in zijn meest recente bundel zó op:

Waar de lichtval slechts genieting en verrukking wekt
Is ’t hemelgewelf met aardse materialen nagebouwd.
Het komt op spiegeling aan; men bootst na
voordat een werk gevoed wordt
door stoutmoedige verbeeldingskracht.

God is het symbool bij uitstek van onze verbeeldingskracht. In Hem/Haar geven wij een naam aan onze diepste religieuze beleving, waarvan zogenaamd geopenbaarde woorden niet meer dan povere schaduwen zijn. In Gods naam geven wij uiting aan de onbegrijpelijke schoonheid die ons ten deel kan vallen, en aan de diepste duisternis. Alle mensen staan in gelijke mate met de mond vol tanden tegenover de ultieme werkelijkheid. Die openbaarde zich dit jaar als het Eerste Grote Duister in de compositiefoto die de sterrenkijkers van een zwart gat maakten – het zag eruit als het Alziend Oog dat de goddelijke blik vanouds symboliseert.

De mens schiep God als containerbegrip voor het onkenbare, het onverhoedse, het adembenemende, het poëtische, het onorthodoxe, het onregelmatige – het irreguliere – van ons bestaan, kortom: voor alles wat de mens méér maakt dan een robot.

Willem Verstraaten

One Comment Voeg uw reactie toe

  1. Rein Rentema schreef:

    Ik lees uw beschouwing graag als voor alle goden en godsbegrippen die de mensheid vanaf haar bestaan op haar zoektochten heeft geschapen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.