Home » Bouwstukken » Het licht van de eeuwigheid

Het licht van de eeuwigheid

gaotuVrijmetselaren vormen niet bepaald een representatieve steekproef uit de Nederlandse bevolking. “Hoogopgeleide cultuurconsumenten met een onevenredig grote aandacht voor niet-materiële zaken”, zo karakteriseert onderzoeksbureau DNV (De Natte Vinger) hen.

Er wordt ook in logekringen wel eens geklaagd over dalend peil, maar een merendeel van de vrijmetselaren heeft nog steeds een bovenmodale betrokkenheid bij het geestelijke erfgoed van de vrijmetselarij. Het gaat hen niet om het conserveren van de tastbare erfstukken en van de mores die in zwang waren in vroegere perioden van de geschiedenis, maar om de waarde die de ideeën van de gezichtsbepalende vrijmetselaren van vroeger voor het geestelijk leven van deze tijd (kunnen) hebben.

‘Sub specie aeternitatis’, vanuit het gezichtspunt van de eeuwigheid dat Spinoza in zijn ‘Ethica’ koos, los van de waan van de dag, zich ervan bewust dat eeuwige thema’s in steeds nieuwe gedaanten aan het licht treden, zo wordt de vrijmetselaar geacht in het leven te staan.

De logearbeid heeft hem/haar vertrouwd gemaakt met de verscheidenheid van levensbeschouwelijke en politieke denkbeelden van zijn medebroeders en -zusters. Zowel de visie van de wetenschap als die van de religie weet hij/zij op waarde te schatten, indachtig de twee betekenissen van de Verlichting die een zo belangrijke rol speelde bij het ontstaan van de vrijmetselarij: het onthullende schijnsel van de ratio en de inwijding in de mysteriën van het leven.

De opdracht is daarin een eigen weg te vinden, op eigen kracht een eigen waarheid te zoeken. Met wetenschappers hebben vrijmetselaren gemeen dat ze zoekers zijn naar waarheid, met religieuzen hebben ze gemeen dat ze openstaan voor het mysterie.

Mooie aspiraties. Maar wat komt ervan terecht?

Bezoek aan discussiegroepen van vrijmetselaren op het internet stemt niet altijd even optimistisch. Het ijdele geblaat van titelverzamelaars uit exotische onderafdelingen, het boosaardige gegrom van aanhangers van een populistische partij, banvloeken van opgeblazen gelijkhebbers die andersdenkenden bij voorbaat al de toegang tot hun loge ontzeggen, en kwaadaardige verdachtmakingen aan het adres van broeders wie de vrijmetselarij zo ter harte gaat dat ze zich niet domweg schikken in de het verlies van maatschappelijke relevantie van de ‘koninklijke kunst’ dreigen de kalmerende oproepen van degenen die beschaafde gedachtewisseling en oprechte tolerantie voorstaan maar al te vaak te overstemmen.

Wie een geloof aanhangt, een wetenschap beoefent of lid is van een politieke partij, heeft er recht op daarom in de loge niet gekapitteld te worden, tenzij zijn overtuiging in flagrante strijd is met de maçonnieke cultuur van verlichte verdraagzaamheid.

Ergens las ik een artikel waarin een broeder beweert dat het bestaan van God erkend wordt door de wetenschap, kennelijk onkundig van het feit dat vrijwel alle topgeleerden atheïst zijn. Hoeveel vermeende godsbewijzen er ook geleverd zijn door mensen, het object van die bewijzen heeft zich nog nooit ondubbelzinnig gemanifesteerd buiten de menselijk bevattelijke wereld. Dat maakt het toch op zijn minst denkbaar dat God geschapen is door de mens, en dat is een idee dat niet alleen door cultuurwetenschappers maar ook door steeds meer voorlieden van kerken aangehangen wordt.

Die broeder heeft het volste recht te denken wat hij wil, hij hield zich niet aan de oude plichten van de vrijmetselaar, die ruimte laten aan ieders overtuiging. Ik mag van mening zijn dat ruimschoots is aangetoond dat God een mensenwoord is voor het onkenbare, ik hoed mij ervoor dat als vaststaand feit te verkondigen in de maçonnieke kolommen. Het is namelijk een onweerlegbaar feit dat ook ik wijsheid en waarheid niet in pacht heb; nog niet eens zo lang geleden waren mensen ervan overtuigd dat ze over de rand van de aarde zouden vallen als ze een verre reis ondernamen naar streken waarvan wij nu verveeld de naam laten vallen als vakantiebestemming.

Niemand maakt zich druk als beweerd wordt dat de bewoners van het Grieks-Romeinse pantheon creaties zijn van de mens. Waarom dan altijd die commotie over het godsgeloof? De Opperbouwmeester des Heelals is door vrijmetselaren juist in het leven geroepen om boven het vruchteloze – en vaak bloedige – strijdgewoel van de bezitters van de bovenmenselijke laatste waarheden uit te stijgen.

Willem Verstraaten

 

One Response so far.

  1. Gert Kramer schreef:
    Mooi verwoord. En precies daarin kan de Broncode wellicht bijdragen om bruggen te bouwen door Eenheid in de Veelheid, Orde in de Chaos en Balans in de Beweging zichtbaar te maken waarmee het mogelijk wordt vanuit een ander referentiekader naar zichzelf en omgeving te gaan kijken.

Geef een reactie